13 maart 1944  Amersfoort, Leusderweg 165 4:45 uur

Vanaf de volgescheten houten paal in de berm hield de buizerd hem nauwlettend in de gaten. Knipperen buizerds eigenlijk wel met hun ogen? De vogel bleef hem roerloos aanstaren. Achter de vogel dekte een laag grondmist de weide toe. Verderop was de bosrand.

‘Als ik wegga val je aan,’ dacht Van Zandwijk. ‘Maar deze keer ben ik je voor.’ Hij ademde langzaam uit, tot zijn longen leeg waren. Hij mikte zorgvuldig tussen de ogen en drukte af. Blam! De Mauser schokte tegen zijn schouder. Over de loop kijkend zag hij de kop van de vogel uiteen spatten. Net toen Van Zandwijk wilde opstaan om zijn stramme knieën te strekken, zette de koploze vogel zich met zijn gele klauwen af van de paal. Langzaam wiekend met zijn grote vleugels zette hij koers in de richting van de schutter. Van Zandwijk rukte aan de grendel en wilde het geweer aan zijn schouder brengen, maar het volgende moment al had de vogel zich, de klauwen vooruit, in zijn gezicht gestort. De nagels braken krakend door zijn bril en groeven zich in zijn wangen. ‘Hrg, grr, aah!’, kreunend en grommend probeerde hij de vogel nu van zich af te slaan. Maar het onthoofde monster leek zich alleen maar vaster te klemmen aan zijn gezicht.

Van Zandwijk viel achterover in het zand en schopte wild met zijn benen. Bloed droop in zijn nek en zijn handen grepen vergeefs naar de vleugels van de vogel.  ‘Jan! Jan!’, krijste de vogel ergens vanuit het koploze lijf, vlakbij zijn oor. ‘Haaa!,’ hees schreeuwend sloeg Van Zandwijk wild om zich heen en raakte nu toch iets. Maar het volgende moment zaten zijn handen vast in een stevige greep. Langzaam verdween de buizerd.

‘Jan? Jan?’, de vertrouwde stem van zijn vrouw liet de landweg, de paal en de buizerd nu definitief oplossen en haar gezicht was dicht bij het zijne. Ze zat schrijlings over hem heen in haar nachtjapon en boven haar brandde de lamp van de slaapkamer. ‘Het is goed Jan, het is goed, je hebt weer gedroomd.’ Van Zandwijks hart bonsde in zijn borst en zijn pyjama plakte overal koud en nat aan zijn lichaam.

Voorpublicatie © 2018 E. Burger
Foto © 2019 M. de Waard