20 oktober 1942, Amersfoort Leusderweg 165 14:35 uur

‘Lublin?’
‘Ja Lublin.’
‘Waar ligt Lublin Jan?’, vroeg Haddewina met een mengeling van verontrusting en ergernis. Want dat klonk niet als een plaats in de buurt. Sterker nog, ze vermoedde dat het ver buiten Nederland was.
Van Zandwijk schraapte zijn keel. ‘Polen. Oost-Polen.’
‘Jezus Jan, ze kunnen jou, ze kunnen ons toch niet…’ Haar keel zat dicht, tranen vulden haar ogen. Ze drukte de baby steviger aan haar borst. Ze verborg haar gezicht in de deken die rond de baby was geslagen en begon te snikken.
Van Zandwijk stond er ongemakkelijk naast, wist niet hoe deze pijn te verzachten. ‘‘t Was dat of het Duitse leger Wien, het spijt me. Kijk…’, hij haalde een opgevouwen stuk papier uit de binnenzak van zijn jasje.
‘Hier zeggen ze…. “naar aanleiding van uw telexbericht van 19 dezer deel ik u mede dat tegen plaatsing van j.c. van zandwijk, Leusderweg 165 te amersfoort, geboren 20-06-1908, bij de n.o.c. te oost-europa, voor zoover mij bekend, geen bezwaar bestaat.” Dat zegt dus de directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau hier in Amersfoort, tegen het Rijksarbeidsbureau. Nou heb ik er niet om gevraagd maar dat was dus het enige alternatief.’
Haddewina keek op uit de deken en veegde een traan weg. ‘Zo, dus eerst word je lid van de NSB om hier in het land aan de slag te blijven, dan kom je in dat vreselijke kamp terecht en nou moet je naar Polen. Dat noem ik van de regen in de drup Jan, dat lijkt me nou geen ‘alternatief’, toch?’ Haar stem had iets spottends gekregen en Van Zandwijk zocht in zijn hoofd koortsig naar een geschikte verdediging.
‘Ja…, of eh, nee.’
‘Ik heb het heus geprobeerd Wien, ik ben iedere week teruggegaan, gezegd dat ik echt weg moest uit dat kamp, dat het niets voor mij was, zo ‘n doorgangslager. Boerebach – weet je wel Boerebach, de kantinehouder? – heeft ook nog een goed woordje voor me gedaan bij de kampleiding.
‘Een goed woordje voor me gedaan…’ deed Haddewina hem na. ‘Een goed woordje! Wat zijn ze toch begaan met je lot hè! Hoe denk je dat het voor mij is?‘
‘Nou? Jan?’
‘Toe nou Wien, toe nou… ik kan geen kant op.’ Hij zakte neer op een stoel aan de eetkamertafel, het papier voor hem op het kleedje. Ze zwegen en Haddewina wiegde de baby.
‘Wat ga je daar doen Jan, in Oost-Polen’ vroeg Haddewina uiteindelijk.
‘Kapper. Ik word kapper, in Polen.’

Voorpublicatie © 2018 E. Burger
Foto: Eric Burger (2019)