Het was zondag 18 maart 1945, Rotterdam, Bergpolder.
Ik lag nog in bed en was wakker geworden van een harde klap, gevolgd door een enorme dreun.
Er was overduidelijk iets verschrikkelijks gebeurd, niet ver bij ons vandaan. Stukken hout, huisraad, stof, stenen en glas vlogen door de lucht, boven de huizen uit.
Er bleek een V1 neergestort te zijn in de wijk. Een buurman die ging kijken zei tegen mijn moeder dat ze haar vader, mijn opa, moest roepen. De bom was gevallen in het gedeelte waar mijn oom en tante woonden, hun huis was compleet weggevaagd. Niets maar dan ook niets was er nog terug te vinden. Mijn oom en tante waren weggeblazen, mijn tante lag vijftig meter verder in de straat, mijn oom aan de andere kant onder een berg puin, dood uiteraard.
De lichamen van de in totaal tweeënveertig slachtoffers werden naar het sportfondsenbad gebracht waar mijn opa zijn zoon en schoondochter moest gaan identificeren.
Ik vergeet nooit het moment dat hij huilend zonder een woord te zeggen de trap op kwam met op zijn uitgestrekte hand twee trouwringen.
Ik was twaalf jaar toen dit gebeurde, het was zeven weken voor de bevrijding.
Vergeten doe je het nooit, het moment dat mijn opa thuis kwam was zo aangrijpend maarde oorlog heeft me niet bepaald. Ik koester vooral de mooie herinneringen aan mijn oom en tante maar een herdenking vind ik mooi, verhalen moeten niet vergeten worden.

Uit het interview met Bep Goedhart over de herdenking van de V1 inslag op 18 maart 2018

Tekst © 2019 M. de Waard
Foto © 2019 M, de Waard