U mag hier tekenen

3 juni 1943, Rotterdam, Zoomstraat 5a, 11:05 uur

De brief had de stenen vloer achter de voordeur nog niet geraakt of Sophia had hem te pakken. Onmiskenbaar Andries’ handschrift op de envelop, achterop bevestigd met een ’A. Overdijk, Berlijn’. Hoe lang was Andries nou eigenlijk ook thuis geweest? Drie, vier weken op zijn hoogst. Eind april was hij uit Bretagne terug gekomen. Hoe het geweest was? ‘Zwaar,’ veel meer was er niet uit gekomen. Ja dat hij een duikbootbasis had gebouwd voor de moffen. Maar daar had hij op een enkele keer verlof ook al verslag van gedaan. Hij was een dag na terugkeer in Rotterdam naar het Arbeidsbureau geweest en had in een café door het Rotterdamsch Nieuwsblad gebladerd. Bij de aannemersfirma Grauwen en Van Kempen aan de Noordsingel zochten ze van alles, ook bouwvakarbeiders, voor werken in het oosten via de Nederlandsche Oostbouw Compagnie. ‘Goed loon, direct ingaand, goed eten, zakgeld. Vaste weekelijkse uitkeering in Holland aan familie gegarandeerd.’ Het was een kwestie van tien minuten lopen geweest. En nog voordat de Arbeidsinzet was afgekondigd begin mei, was het geregeld. Moest hij alleen nog even voor vertrek gekeurd en het contract tekenen, in Den Haag. Het was alleen allemaal ontzettend onduidelijk, want bij Grauwen en Van Kempen wisten ze ook niets over de verdere tewerkstelling en of hij zich nou met of zonder bagage in Den Haag moest melden. Hij was samen met Sophia en voor de zekerheid dan maar een volle rugzak naar Den Haag getogen. Eenmaal in de Laan van Meerdervoort aangekomen verwees het hoofdkantoor van de NOC ze net zo snel weer terug, want de keuring was in de Haagse Dierentuin. In een wonderlijk, oosters aandoend paleisgebouw vond de administratieve afhandeling dan plaats. Vanuit de wachtkamer werden groepjes van vijf mannen in een grote zaal toegelaten. Van een wat jongere man, die vergezeld werd door zijn vader zagen ze hoe de laatste door twee stevige kerels pardoes weer buiten werd gezet. Sophia bleef voor de zekerheid maar zitten toen Andries de zaal in werd gevraagd. Nog geen half uur later stonden ze weer buiten, de mei zon voelde warm en zomers, maar Andries’ gezicht stond op onweer. ‘Godverdomme,’ gromde hij hij. Wel vier keer. En: ‘stelletje laaielichters’.  

‘Ik heb jou naam en ons adres gegeven, je krijgt een voorschot van twintig gulden, met het geld komt het allemaal goed,’ had hij haar gerustgesteld. Ze waren op een bank van de dierentuin gaan zitten. Andries staarde naar de grond en naar zijn rugzak. ‘Maar wat is er nou Dries?’

Andries zuchtte, hij keek haar aan, twijfelde even. ‘Dat contract Fie, dat hadden ze d’r effe niet bij gezegd hè bij Grauwen en Van Kempen. Het was net meteen tekenen – en dan pas lezen hè, zo zeien ze het, stelletje laaielichters. Godverdomme.’

Hij keek haar strak aan nu. ‘Fie, je zegt het aan niemand hè, die hufters laten me tekenen voor een opdracht bij de SS…’

Zwijgend hadden ze nog wat rond gewandeld, totdat Andries zich weer had moeten melden bij de zaal en om half zeven had Sophia hem uitgezwaaid toen de groep contractanten zich in een stoet naar het station begaf. Sommigen met een schep of spade over de schouder, uitgereikt in het dierentuin gebouw.

Sophia scheurde de envelop open.

“Lieve Fie en familie

Ik schrijf jullie vanuit Berlijn. We zijn hier een paar dagen, morgen of overmorgen vertrekken we naar Riga. We werden eerst naar Amersfoort gebracht met een personentrein. Daar moesten we heel lang wachten en wakker blijven, want we gingen pas om 3 uur in de nacht weer verder, in goederenwagons. Maar we werden wel verwend want iedereen kreeg 1 ½ kuch, een flink stuk boter en een eind worst. We kregen onderweg nog een keer warm eten, maar allemaal na donker. Na nog weer een nacht kwamen we in de ochtend in Berlijn Grunewald aan. Daar moesten we overstappen op de S-Bahn. Alles is hier goed geregeld. Daarna nog een stuk lopen. We zijn in Schlachtensee. Veel groen hier.

Het eten hier is minder dan onderweg. Wat aardappelen en groenten waarbij we soms het spel doen wat voor groenten het zou kunnen zijn dan. Je krijgt dan ook meteen je brood en wat jam of worst voor de volgende dag mee. Dus als je dat op heb, heb je de hele volgende dag niks!

Gisteren kregen we hier in Schlachtensee onze kleding uitgereikt. Daar hadden we helemaal niet op gerekend, want iedereen had een koffer of tas vol spullen mee! De één had een zwart uniform gekregen en de ander een bruin. Ik heb zwart. Een jas, een broek en een veldmuts. Bij sommigen is het vast van een Italiaan of zo geweest. Wordt wat afgevloekt onder de mannen op de slaapzaal want werken in uniform was niet op gerekend. Hebben ook gelachen, met pasfoto’s maken voor in de zakboekjes.

Is het voorschot aangekomen? Hoop dat het goed is met jullie. Zal schrijven uit Riga.”

Sophia keek op van het papier. Ze keek naar de kinderen, naar Paulien in de wieg. Ja, het voorschot was aangekomen.

—-

Voorpublicatie © 2020 E. Burger
Foto: Berlijn, Marga de Waard (2019)

Meer zoals dit:

Dan maar trouwen

‘Dit is…. Rotterdam!’

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top